De belangrijkste superheld sinds Superman had een problematische herkomst. In 1962 vroeg redacteur Stan Lee van Marvel Comics aan Jack Kirby of hij misschien ergens een nog niet uitgewerkt concept had liggen voor een superheld. Kirby kwam met een stripfiguur die Spider-Man heette, en ging over een tiener die met een magische ring zichzelf kon veranderen in Spider-Man. Lee vroeg aan Kirby om de stripfiguur realistischer te maken dan gebruikelijk was; toen Kirby de eerste vijf pagina's van het verhaal liet zien, was Lee teleurgesteld. "Toen ik de eerste paar bladzijden onder ogen kreeg, realiseerde ik me dat we een probleem hadden. Ze waren veel te goed. Hoe hard hij er ook aan gewerkt had, het was hem kennelijk niet gelukt om Spidey minder aantrekkelijk te maken. Na al die jaren van superhelden tekenen, was het kennelijk te moeilijk om na hard werken tevoorschijn te komen met een superantiheld, of anders gezegd, een super doetje. "Lee gaf de bladzijden door aan Steve Ditko, die het oorspronkelijk zou in-inkten. "The splash was de enige met een tekening van Spider-Man," schreef Ditko ooit, "Een typische Kirby-shot van een heldenactie. Maar het kostuum was het belangrijkste. Ik weet niet meer hoe het abstracte borstontwerp was. Die van Ant-Man lijkt er nog het meest op. Kirby's Spider-Man had een webgeweer; die nooit in actie is gesignaleerd. De enige relatie met het spider-thema was de naam. "Het eerste wat Ditko deed was een duidelijk herkenbaar kostuum ontwerpen dat gebruik maakte van een bolvormig web als belangrijkste patroon. Maar hiermee waren de problemen nog niet opgelost. Uitgever Martin Goodman bekeek de strip en maakte bezwaar op grond van het feit dat spinnen eng zijn en geen lezers aantrekken. Lee verweerde zich met het feit dat hij als kind The Spider pulp-magazine had gelezen. Er werd een compromis gesloten door de strip in de Amazing Fantasy, #16 te zetten, de laatste uitgave van een kwijnend blad, Maanden later bleek uit de verkooprapporten dat Spider-Man een groot succes was. De lezers wilden meer, Lee ruimde snel plaats in en The Amazing Spider-Man #1 werd in maart 1963 geďntroduceerd. Al snel kwam het tweemaandelijks uit. Onder Lee en Ditko groeide de strip uit tot een verfrissende verkenning van de serieuze problemen die een tiener zou overkomen als hij superkrachten ontwikkelde. Peter Parker was geen Super-man. Hij woonde met zijn oude tante May, ging naar de middelbare school alwaar hij gepest en gemeden werd, en werd in het begin gebeten door een radioactieve spin die daarmee spinachtige krachten overbracht op de tiener. In een poging te profiteren van zijn status van mediaster, steekt Parker geen vinger uit om een ontsnapte inbreker tegen te houden, en komt er later achter dat de inbreker zijn oom Ben heeft vermoord. Vervolgens, achtervolgd door schuldgevoelens en de wens om zijn krachten waardig te zijn, begint Parker aan een carričre van misdaadbestrijding. Een unieke stripverhaal in die eerste jaren, maar het veranderde radicaal toen Ditko in 1965 bij Marvel wegging na een creatief meningsverschil met Lee. Onder de commerciële, hippere kunststijl van John Romita en zijn opvolgers gingen de verkoopcijfers omhoog, maar de ziel van Spider-Man was samen met zijn oorspronkelijke kunstenaar en medeschepper verdwenen. Als stripfiguur werd Spider-Man een geduchte concurrent van Superman, hetgeen duidelijk maakt hoe ver hij het wist te schoppen en hoe ver hij verwijderd is geraakt van zijn oorspronkelijke ideaal.
Bij een stralingsexperiment geleid door doctor Otto Octavius in het General Tectronics Labs werd Peter Parker door een radioactief spinnetje gebeten, zodat hij de evenredige kracht en snelheid van dit insect kreeg. Toen een inbreker zijn geliefde oom Ben vermoordde, stelde Peter zijn grote krachten ten dienste van de mensheid omdat hij had geleerd dat grote krachten grote verantwoordelijkheden met zich meebrengen.